|
Wat is een audicien Een audicien voor oren is wat een opticien is voor de ogen. Anders dan bij het beroep van opticien het geval is, heeft de audicien weinig naamsbekendheid. Dit komt mede doordat de bril meer gezien is dan het hoortoestel. Toch worden er in Nederland jaarlijks meer dan 100.000 hoortoestellen aangepast door de audiciens. Er is daarnaast een grote verscheidenheid van andere hulpmiddelen ten behoeve van slechthorenden die door de audicien geleverd worden. terug naar boven
Het eerste bezoek aan de audicien Het aanpassen van hoortoestellen is een nauwkeurig werk. Het hoortoestel is niet iets dat over de toonbank verkocht wordt. Op basis van een audiogram, dat door de KNO-arts, audioloog of audicien gemaakt is, wordt tijdens het eerste bezoek een intake-gesprek gevoerd. Zo worden de behoefte van de drager geïnventariseerd en wordt gekeken welke mogelijkheden de hoortoestellen bieden. Met de drager samen wordt er dan een keuze gemaakt uit de toestellen die op proef besteld worden. Ook worden er tijdens het eerste bezoek aan de audicien afdrukken van het oor gemaakt. Dit doet de audicien met speciaal daarvoor bestemd afdrukmateriaal. Aan de hand van de afdruk wordt een op maat gemaakt oorstukje of een zogenaamd oorschaaltje vervaardigd. Een oorstukje dient als houvast voor het Achter Het Oor toestel (AHO) en leidt het geluid door de gehoorgang. Het schaaltje heeft dezelfde functie en vormt tegelijkertijd de behuizing van het zogenaamde In Het Oor hoortoestel (IHO). Uiteindelijk wordt er een afspraak gemaakt om de hoortoestellen op proef te geven. terug naar boven
De proefperiode Bij het eerstvolgende bezoek worden de hoortoestellen op proef gegeven. In de daaropvolgende proefperiode worden de hoortoestellen geprobeerd en wordt de drager begeleidt bij de gewenning aan het beter horen. De functie van de hoortoestellen is het geluid zo aan te passen dat de drager optimaal gebruik maakt van zijn gehoor. De proefperiode is bij de aanpassing noodzakelijk omdat met de meetgegevens (het toon- en spraak audiogram) die als basis dienen voor de voorselectie van het hoortoestel niet precies voorspeld kan worden welk type hoortoestel en welke instelling van dat hoortoestel goed resultaat geeft. Het oor is namelijk een bijzonder complex zintuig en wordt niet door het hoortoestel vervangen. Veel persoonlijke wensen en leefomstandigheden zijn daarom van invloed op de uiteindelijke keuze en instelling van de hoortoestellen. De hoortoesteldrager moet de aanpassing als de beste oplossing voor zijn slechthorendheid ervaren. De audicien zal tijdens de diverse controle bezoeken in de proefperiode de betrokkene adviseren en begeleiden totdat het maximaal mogelijke resultaat is bereikt.
De aanschaf Na de proefperiode maakt de audicien een rapport voor de KNO-arts of audioloog. Daar wordt de aanpassing geëvalueerd en gecontroleerd. Als alles in orde wordt bevonden zal de voorschrijver een aanvraag formulier invullen voor de zorgverzekeraar en ondertekenen. Deze is nodig voor het aanvragen van de vergoeding bij uw zorgverzekeraar. Uit het hoofdverzekering wordt een gedeelte vergoedt. Veelal wordt er uit een aanvullende verzekering eveneens in een bijgedragen voor de aanschaf voorzien. Een aantal toestellen vallen in de basis-collectie, d.w.z. dat hierop geen eigen bijdrage van toepassing is. Ook na de aanschaf staat de audicien zijn cliënt met raad en daad terzijde en volgen regelmatige controles zodat de slechthorende optimaal van hoortoestellen gebruik zal blijven maken. terug naar boven
Ontwikkelingen in hoortoestellen Er zijn belangrijke vorderingen gemaakt bij de ontwikkeling van hoortoestellen. En al kloppen de beloften uit de reclamefolders niet allemaal, het moderne 'high-tech' hoortoestel heeft meer mogelijkheden dan het conventionele hoortoestel. Het is dan ook begrijpelijk dat veel slechthorenden zich afvragen in hoeverre zij van deze nieuwe ontwikkelingen kunnen profiteren. En dan zijn er twee belangrijke uitgangspunten: Een 'high-tech' toestel, al of niet digitaal, is niet zó veel beter dat iedere slechthorende moet proberen zo snel mogelijk van zijn oude 'analoge' hoortoestel te vervangen. Integendeel, er moet afgewogen worden of de nieuwe ontwikkelingen bijdrage aan een beter draagcomfort en een beter spraakverstaan in de draagomstandigheden. Het aantal digitale hoortoestellen - en daarmee de flexibiliteit - neemt steeds verder toe. Een 'high-tech' toestel is niet altijd beter. Bij vergelijking met het oude 'analoge' hoortoestel wordt in het algemeen wel een aardige winst behaald. Gezien de vaak hogere financiële eigen bijdrage voor een 'high-tech' toestel is het aan te bevelen dit mee te laten wegen in de keuze van het type hoortoestel. terug naar boven
Nieuws voor slechthorenden Op dit gebied is er voor de slechthorenden goed nieuws. De laatste jaren ongelooflijk veel is geïnvesteerd in het toepassen van de nieuwste technieken in hoortoestellen. Die investering werd grotendeels opgebracht door de grote hoortoestelindustrieën. Al deze inspanningen hebben geleid tot volledig digitale hoortoestellen. Na de eerste introductie komen er regelmatig nieuwe digitale toestellen en digitale technieken bij. Kwalitatief goede merken zijn o.a. (in alfabetische volgorde): Audio Service, Beltone, Bernafon, Danavox, Oticon, Philips, Phonak, Resound, Siemens en Widex.
Met de digitale 'high-tech' hoortoestel kunnen veel problemen opgelost worden. Het hoortoestel blijft wel een hulpmiddel met beperkingen, al is het nu digitaal. Eén van de oorzaken hiervoor is dat het gehoor in het dagelijks leven vele verschillende functies moet vervullen. Naast het waarnemen van geluid (de detectie) moeten verschillende geluiden van elkaar worden onderscheiden (de discriminatie). En dan beginnen de problemen, die bijna iedere slechthorende kent als hij zegt: "ik hoor u wel, maar ik versta u niet!". Toch geldt dit niet alleen voor spraak. Vele andere geluiden zullen waargenomen en herkend moeten worden, bijvoorbeeld een ratelend geluid in een defecte motor. Bij het luisteren naar muziek heeft het gehoor weer een andere taak. Ingewikkelde klankpatronen moeten worden ontrafeld om de luisteraar te laten genieten van de schoonheid van verschillende instrumenten in samenspel.
Niet vergeten mag worden dat de mens twee oren heeft meegekregen. Dankzij deze twee-origheid kan men zich in een ruimte oriënteren op het geluid en kan men horen waar geluiden vandaan komen. Dat is o.a. in het verkeer van groot belang voor de eigen veiligheid. Uit deze korte opsomming van taken blijkt hoe veelzijdig ons gehoor werkt en hoe vernuftig ook. En dat is nu precies de oorzaak dat wij nog niet alle aspecten van slecht horen kunnen herstellen. De hoorbaarheid van geluiden kan vaak redelijk worden hersteld, maar het onderscheiden en herkennen van klanken of woorden blijft een probleem, vooral in situaties met achtergrondlawaai of nagalm. terug naar boven
Het cosmetisch aantrekkelijke hoortoestel De laatste jaren zijn de hoortoestellen cosmetisch veel aantrekkelijker geworden. Vroeger ging dat nogal eens ten koste van de regelmogelijkheden, vooral in in-het-oor hoortoestellen. Soms werd ter wille van de acceptatie een audiologisch niet-optimale keuze gemaakt. Gelukkig zijn cosmetische aspecten en regelmogelijkheden steeds minder elkaars concurrenten. Toch zullen zwaarder slechthorenden concessies moeten doen als zij ondanks hun grote gehoorverlies persé een 'in-het-oor' hoortoestel willen. Dit zal dikwijls leiden tot een niet optimale aanpassing. Verder is b.v. Resound Air een nieuwe innovatie om techniek en uiterlijk te combineren.
Iets dergelijks geldt voor slechthorenden met een symmetrisch gehoorverlies, die geen twee hoortoestellen willen dragen. Vaak worden de beste resultaten behaald met twee hoortoestellen, omdat zo de balans tussen de oren in stand blijft. Het zou werkelijk erg jammer zijn als een mogelijkheid tot een tweezijdige aanpassing ter wille van de cosmetische aspecten terzijde moet worden gezet. Het positieve effect van het aanpassen van twee hoortoestellen kan bijvoorbeeld voor het spraakverstaan in lawaai heel groter zijn. Om over de effecten van het richtinghoren nog maar te zwijgen.
Het programmeerbare hoortoestellen Veel moderne hoortoestellen zijn programmeerbaar of zelfs digitaal programmeerbaar. Dit is een technische eigenschap waarvan de slechthorende niet veel van merkt. Het maakt in principe niet veel verschil of de instelling wordt gerealiseerd met een "ouderwetse" schroevendraaier of met een snoertje vanuit een computer. En een digitaal programmeerbaar hoortoestel is meestal geen echt digitaal hoortoestel. Wel zijn de met de computer instelbare hoortoestellen dikwijls flexibeler instelbaar en dit kan de slechthorende ten goede komen, zeker als zijn gehoor na verloop van tijd achteruit gaat. Het programmeerbare hoortoestel kan dan vaak beter worden bijgeregeld.
Het meer-programma hoortoestel De belangrijkste toepassing van programmeerbaarheid is echter het hoortoestel waarbij de gebruiker zelf de beschikking krijgt over twee, drie of zelfs vier programma's. Nu kan per luistersituatie een instelling worden gekozen, die voor die specifieke omstandigheid het beste is. Een nadeel kan zijn dat de slechthorende "schakelend" door het leven moet. Soms kan dit met een schakelaartje op het hoortoestel, vaak echter is hiervoor een aparte afstandbediening nodig. En dat bevalt lang niet iedereen. Hoeveel mensen zijn niet regelmatig hun afstandbediening voor de TV kwijt. Toch kan een meer-programma hoortoestel voor actieve slechthorenden die in veel verschillende luistersituaties verkeren een uitkomst zijn. terug naar boven
Het automatisch werkend hoortoestel De belangrijkste toepassing van programmeerbaarheid is echter het hoortoestel waarbij de gebruiker zelf de beschikking krijgt over twee, drie of zelfs vier programma's. Nu kan per luistersituatie een instelling worden gekozen, die voor die specifieke omstandigheid het beste is. Een nadeel kan zijn dat de slechthorende "schakelend" door het leven moet. Soms kan dit met een schakelaartje op het hoortoestel, vaak echter is hiervoor een aparte afstandbediening nodig. En dat bevalt lang niet iedereen. Hoeveel mensen zijn niet regelmatig hun afstandbediening voor de TV kwijt. Toch kan een meer-programma hoortoestel voor actieve slechthorenden die in veel verschillende luistersituaties verkeren een uitkomst zijn.
Het meer-kanaals hoortoestel Bij een hoortoestel gaat het niet allen versterken (i.v.m. de detectie) maar ook om het verhogen van de selectiviteit van het gehoor (i.v.m. de discriminatie). De discriminatie is in principe aanwezig in de zogenaamde meer-kanaals hoortoestellen. Het geluid wordt naar toonhoogte verdeeld over twee of meer kanalen, waarbij voor ieder kanaal een aparte versterking kan worden ingesteld. Uit de ervaringen met deze toestellen blijkt dat deze functie niet alle problemen oplost. Maar slechthorenden met een erg onregelmatig audiogram en/of een overgevoeligheid voor harde geluiden van een bepaalde toonhoogte kunnen hier wel vaak beter mee worden geholpen dan met de zogenaamde één-kanaals of breedbandige hoortoestellen.
Het hoortoestel met ruisonderdrukking Bij de digitale hoortoestellen zijn er inmiddels enkele typen die actieve ruisonderdrukking bezitten. De ruisonderdrukking werkt omdat het hoortoestel kan bepalen welke geluiden "spraak" en welke geluiden "lawaai" zijn. Dat betekent dat het waak mogelijk is om een bepaalde stem te midden van andere stemmen te versterken, zoals dat b.v. op een receptie nodig is. Gelukkig blijkt dat deze toestellen bij veel slechthorende een beter spraakverstaan geven in lawaai. terug naar boven
Het richtinggevoelige hoortoestel Naast een hoortoestel met ruisonderdrukking is een andere mogelijkheid om een gewenst spraaksignaal en een ongewenst stoorsignaal (spraak van anderen of lawaai) te scheiden door het toepassen van een richtinggevoelige microfoon. Bij toepassing van een richtinggevoelige microfoon wordt de spreker die men in de regel aankijkt meer versterkt dan het geluid van de zijkanten of van achteren. De richtinggevoeligheid is in sommige toestellen aanzienlijk verbeterd doordat men gebruik maakt van meer dan één microfoon. Er zijn wel nadelen aan een toestel met (sterke) richtinggevoeligheid verbonden: bepaalde geluiden moeten goed worden gehoord, ook als ze van achteren komen. Dit geldt natuurlijk vooral voor waarschuwingsgeluiden en voor geluiden in het verkeer. Maar er zijn meer situaties waarin de richtinggevoeligheid hinderlijk blijkt, bijvoorbeeld bij een gesprek van twee personen, wandelend over de hei. De richtinggevoeligheid moet dan ook kunnen worden uitgeschakeld, bijvoorbeeld d.m.v. een meer-programma hoortoestel (zie boven). En het is voor de veiligheid op straat belangrijk dat dit in het verkeer ook werkelijk gebeurt (!). Ook zijn er ‘high-tech’ hoortoestellen die dit automatisch regelen.
Het hoortoestel met fluitonderdrukking Om het hinderlijk fluiten of rondzingen te voorkomen wordt menig hoortoestel zachter gezet dan de gebruiker eigenlijk zou willen. Ook hebben veel slechthorenden uiteindelijk toch een 'achter-het-oor' hoortoestel gekozen omdat er bij de kleinere en cosmetisch vaak fraaiere 'in-het-oor' hoortoestellen fluitproblemen waren. Er zijn inmiddels vele toestellen, waarmee het fluitprobleem op een verantwoorde manier kan worden bestreden. Op een verantwoorde manier, want de tot nu toe vaak gebruikte methode om het hoortoestel dan maar zachter te zetten of de versterking voor de hoge frequenties drastisch te verlagen helpt wel tegen het fluiten, maar is niet bevorderlijk voor het verstaan met het hoortoestel. terug naar boven
Het digitale hoortoestel Het digitale hoortoestel is eigenlijk niet meer dan een technische mogelijkheid om één of meer van de bovenstaande functies te realiseren. In principe is de digitale techniek niet altijd nodig, maar met behulp van digitale technieken is het wel eenvoudiger en kunnen er dikwijls enkele van bovenstaande functies worden gecombineerd. En dat is belangrijker dan het digitaal zijn op zich. De digitale techniek is dus geen doel, maar het is een middel. Indien men met digitale technieken een analoog hoortoestel nabouwt zal het verschil in klankkwaliteit voor de meeste slechthorenden niet of nauwelijks waarneembaar zijn. Het gaat dan ook niet primair om geluid van 'CD-kwaliteit', maar om een combinatie van functies. De standaard digitale hoortoestellen zijn daarom ook niet duurder dan de analoge toestellen. De digitale toestellen met meerder functies kosten daar en tegen wel meer. Door de opbouw van de vergoeding door ziekenfonds of zorgverzekeraar komen de meerkosten vaak wel grotendeels voor rekening van de gebruiker. Nieuw is de digitale toepassing door Oticon. Met hun nieuwste hoortoestel, de Syncro, heeft Oticon een grote stap voorwaarts gedaan. De Syncro heeft artificiele intelligentie. Het combineert richtinggevoeligheid, ruis onderdrukking en spraakherkenning. De kracht van de Syncro zit in het feit dat het gelijktijdig verschillende berekeningen doet en de beste spraak-ruis verhouding kiest.
De individuele keuze van het hoortoestel Uit het bovenstaande blijkt hoeveel keuze mogelijkheden er zijn. Het is niet eenvoudig om in zo'n complex veld inhoud te geven aan het begrip "wat heb ik nodig".
Iedere slechthorende heeft op basis van zijn audiogram en draagomstandigheden advies nodig om tot een goede keuze van een hoortoestel te komen. Met slechts één foldertje of één artikeltje zal de slechthorende zichzelf eenvoudig te kort doen. Hij zal zich zo objectief mogelijk moeten laten adviseren. Iedere slechthorende zal voor zichzelf moeten nagaan wat voor hem of haar het belangrijkste is. Want als de wensen of de mogelijkheden tot verbetering bescheiden zijn zal niet altijd een duur toestel nodig zijn. Aan de andere kant kunnen voor iemand die wel hoge eisen stelt nog niet alle mogelijkheden in een hoortoestel verenigd worden. Het is ook dan belangrijk dat de prioriteit van de wensen bekend is. Op deze wijze geeft de slechthorende gericht sturing aan het selectieproces en zorgt hij er in samenwerking met de audicien voor dat op efficiënte wijze de beste keuze kan worden bepaald. Daarbij blijft het belangrijk om een hoortoestel voor aanschaf enkele weken uitgeprobeerd mag worden. Dit is de enige manier om te ondervinden in hoeverre de verwachtingen die gesteld mogen worden na het intake-gesprek uit komen. terug naar boven
| Gehoorbescherming |
|
|
|
Voor zeer slechthorenden bestaat er een (draadloze) signalerings- systeem. Het geluid van de deurbel, de telefoon, de wekker of de babyfoon wordt door lichtsignalen zichtbaar of door trillingen voelbaar gemaakt. Deze hulpmiddelen komen veelal voor een vergoedingsregeling in aanmerking. Laat u zich daarover door ons informeren. terug naar boven |
|
 | |
|
Hoorhulpmiddelen Hoorproblemen openbaren zich vaak in gezelschap met meerdere personen en tv kijken. Voor de een staat de tv te hard en voor de ander te zacht, wellicht komt het u bekend voor. Hiervoor biedt o.a. de Sennheiser Infraport een goede oplossing. Deze zgn. TV-bril met draadloze infrarood systeem stelt u in staat uw eigen geluid te regelen zonder dat de omgeving daar iets van merkt. Er is een systeem zonder hoortoestel en een systeem dat in combinatie met uw hoortoestel gebruikt wordt.
Lexis FM Systeem
Indien u zeer slechthorend bent kunt u gebruik maken van het Lexis FM systeem of de Conversor. Dit is een extra microfoon die in staat is om in te zoemen. Het zijn uitstekende hulpmiddelen om in een omgeving waar achtergrond lawaai is, zoals vergaderingen, restaurant, verjaardagen, gesprekken in de auto enz. de spraakverstaanbaarheid te verbeteren. Het principe van het Lexis FM systeem en de Conversor is eenvoudig. U richt de handmicrofoon op het geluid dat u wilt waarnemen. De ingebouwde zender zal het geluid via de ontvanger direct doorgeven aan het hoortoestel. Door een nieuwe technologie kan de microfoon de omgevingsgeluiden uit andere richtingen reduceren, waardoor de geluidsbundel waar u op richt, beter tot zijn recht komt. Het Lexis FM systeem kan ook simel aan de T gekoppeld worden en zend het geluid direkt naar uw hoortoestel. Indien u meer uitleg of een demonstratie wilt van het Lexus FM systeem of de CONVERSOR kunt u een afspraak maken.
terug naar boven |
|